vrijdag 29 januari 2010

The Last Part Of The End. [2]

2.

Ze keek weer naar buiten door het raam. Nu het licht was kon je pas goed zien wat voor een grauwe plek dit was. Allemaal keurige tuintjes, aangeharkt en wel. De auto’s stonden precies recht geparkeerd en een paar mensen waagden zich op straat om de hond uit te laten. Ze zuchtte en draaide zich om, ze had geen idee wat ze moest doen. Sinds ze 6 VWO had afgesloten dit jaar, hoefde ze niet meer naar school, maar op dit moment had ze daar het liefst wel naar toe gegaan. Ze had een jaar rust nodig voor ze aan een studie zou gaan beginnen, misschien meer omdat ze nog niet precies wist wat voor studie ze wilde gaan doen, maar daarom had ze besloten om te gaan werken. Maar nu ze vorige week ontslag had genomen bij haar werk, had ze helemaal geen idee meer hoe ze haar dagen in moest vullen. Werken was een mooie afleiding, omdat je de hele dag door bezig was, maar hoe ze de werknemers daar behandelden was een reden voor haar om daar weg te gaan en zo goed betaalden ze nou ook weer niet. Nu moest ze nog steeds op zoek naar een nieuwe baan, maar ze stelde het al de hele week uit. Misschien deed ze dat omdat ze totaal geen idee had wat ze zou kunnen gaan doen. Afwassen in een restaurant hoefde van haar niet meer, dat had ze lang genoeg gedaan, maar wat dan wel? Ze zag zichzelf ook geen kranten rondbrengen of schoonmaken. Ze ging dichter bij het raam staan, zodat haar adem het raam deed beslaan. Over zes dagen moest ze al bij het ziekenhuis zijn, het maakte haar bang. Ze zat met haar hoofd eigenlijk niet bij een nieuwe baan zoeken, dat had ze wel door. Toch moest ze aan werk zien te komen, want zonder de afleiding ging ze eraan onder door en zonder het geld kon ze niet meer voor zichzelf zorgen.

Met tegenzin pakte ze haar tas en liep naar beneden toe. Het huis was verlaten, haar ouders waren allang aan het werk. Ze pakte een appel uit de fruitschaal en nam er een hap van. Toen trok ze haar jas aan en liep naar buiten toe, de deur achter zich dicht trekkend en bleef toen staan. Het was begin september, maar toch was het al aardig koud. Ze stak haar handen in haar zakken en begon te lopen. Het centrum leek het beste idee. Ze haalde de iPod uit haar tas en stopte de oortjes in haar oren. Ze zette hem op shuffle en richtte haar ogen toen weer op de straat.
Een aantal gehaaste mensen liepen snel langs, anderen liepen lachend met grote tassen inkopen te zwaaien, weer anderen liepen rustig alleen rond en kinderen renden gillend van de pret achter elkaar aan. Ze glimlachte, het was goed om al die mensen te zien, om te kijken hoe ze deden en reageerden, om te bedenken wat ze gedaan hadden en waar ze naar toe gingen. Ze leken totaal geen acht te slaan op de mensen om hen heen, alsof ze een eigen wereld hadden en niemand had door dat ze naar hen keek. De zon leek alle mensen op te vrolijken en zorgde voor een glans over alle bomen en struiken. Hoe lang zou het nog duren voordat ze ook met die mensen mee kon doen? Eindelijk weer eens een keer lachen en met iemand op stap gaan. Weken, maanden, misschien wel jaren? Ze wilde er niet eens over nadenken, ze moest gewoon doorgaan, ook al had ze niets in het vooruitzicht.
Ze zag dat ze bijna bij het centrum was en ging iets langzamer lopen. Groepjes vriendinnen liepen lachend langs en ze voelde weer een steek van binnen, ze werd er steeds opnieuw mee geconfronteerd. Ik probeerde mijn blik niet af te laten dwalen naar de mensen die rondliepen en focuste mij toen op de winkels. Winkels zat. Kledingwinkels, speelgoedwinkels, sportwinkels, schoenen winkels en een aantal café’s en restaurants. Toen ze er langs liep had ze geen idee waar ze moest beginnen, moedeloos bleef ze staan. Ze wist het allemaal niet meer en ze had zin om te huilen. Ze had geen zin meer om te werken, maar ze moest, als ze dat niet deed had ze helemaal niets meer in het leven.
Ze ging op een bankje zitten en staarde voor zich uit. Ze vroeg zich af wat ze met zichzelf aan moest, ze kon niets zinnigs meer doen en wist niet waar ze nog heen moest gaan. Ze had zin om hard weg te rennen, weg van alles, maar ze wilde niet laf zijn, niet ook nog. Ze wilde roepen ‘ik zit hier’, ze wilde gezien worden en niet weggestopt in een hoekje blijven. Ze wilde verder gaan waar haar leven geëindigd is, weer opstaan en verder lopen en niet hier op deze bank blijven zitten. Ze voelde de tranen weer opkomen en voor ze het wist was ze aan het huilen. Ze begroef haar gezicht in haar handen en voelde haar schouders schokken. Blijkbaar waren de tranen nog niet op. Ze haalde even diep adem en voelde hoe de tranen over haar gezicht liepen. Sommige mensen keken haar bezorgd aan, maar overwogen niet om even naar haar toe te komen. Te druk met hun eigen leven, bang voor het verhaal dat ze misschien wel zou kunnen gaan vertellen of gewoon laf, geen zin om met de problemen van iemand anders opgescheept te zitten. Ze voelde boosheid van binnen. In wat voor wereld leefden ze eigenlijk? Iedereen deed waar hij zin in had en niemand keek nog om naar hoe het met iemand anders ging.

Ze veegde de tranen uit haar ogen en stond op. Met grote passen liep ze weg, steeds sneller, weg van de winkels, weg van de mensen, weg van de plek waar ze niet wilde zijn. Pas toen ze een eind weg was bij het centrum durfde ze weer langzamer te gaan lopen en om zich heen te kijken. Er was nog meer één plek waar ze nu wilde zijn. Met haar hoofd op de grond gericht, liep ze er blindelings heen, ze was er afgelopen maand zo vaak geweest dat ze het nog met haar ogen dicht zou kunnen vinden. Toen ze het meertje zag voelde ze zich al wat rustiger worden. Er was niemand zoals gewoonlijk en ze ging op haar vaste plek aan het water zitten. De lucht was helder en eenden zwommen op en neer in het water. Alles zag er nog hetzelfde uit als gister en ze glimlachte, ja, hier voelde ze zich thuis. Ze kon met haar ogen dicht alles aanwijzen wat er stond en kon de geur overal herkennen. Dit was haar plek en niemand kon haar dat afnemen, het kon niet weglopen of haar negeren, het bleef gewoon waar het was.
Ze trok haar schoenen uit en trok de pijpen van de broek omhoog, zodat ze haar voeten in het koele water kon laten zakken. De koelte van het water zorgde ook voor koelte in haar hoofd. Ze liet zich achterover zakken en sloot haar ogen. Met haar voeten spetterde ze wat in het water, zodat de druppels in het rond vlogen. Het nummer Learn To Sing van Sherwood sprong op en ze zong zacht mee. Ze voelde zich even vrij, vrij als een vogel, even maar. Toen dacht ze weer aan zichzelf en verdween de kleine glimlach op het gezicht van het meisje. Het nummer versprong en Richtig Scheiße van Killerpilze begon, een nummer met een titel precies zoals ze zich voelde. Ze bleef doodstil liggen en luisterde naar de muziek. Killerpilze was altijd een van haar favoriete bands geweest. Samen met haar beste vriendin was ze daar een keer heen geweest vorig jaar, vier april stonden ze in de Melkweg. Het was een te gekke avond geweest, ze was net genezen verklaard en was onwijs vrolijk geweest. Het optreden was geweldig, de energie die in de show zat. Jo, Fabi en Mäx gingen compleet los. Met een beetje drank op hadden ze het super gezellig gehad, ze hadden het er nog weken over die avond. Marjolijn vond Jo nogal schattig en bleef maar doorgaan over hem.
Dat waren goede tijden. Misschien moest ze dat ook weer een keer doen, naar een concert toe. Het was lang geleden sinds ze voor het laatst geweest was. Maar alleen was er niets aan, als ze dan iedereen om zich heen lol zou zien hebben met elkaar, wist ze zeker dat ze dan niet van de avond kon genieten. Ik zuchtte, er waren nog zoveel dingen die ze graag nog zou willen doen, maar waar niets aan is als je die alleen moest doen. Naar de film, een pretpark, zeilen of alleen maar simpel winkelen.
Ze plukte wat aan haar zwart wit geblokte blouse, die had ze nog gekregen van Xander toen ze nog samen waren. Ze wist dat ze hem miste, ze waren bijna twee jaar samen. Het kwam daarom ook hard aan dat hij met Marjolijn verder wilde gaan. Haar vriend en beste vriendin hadden gewoon wat samen achter haar rug om en vonden het tijd om dat te vertellen. Toen ze dat hoorde brak er iets in haar. Ze wisten dat ze het niet makkelijk had gehad met haar ziekte en ouders en dat het niet zo goed met haar ging, toch vertelden ze het haar, zodat ze compleet niet meer wist wat ze moest doen. Als ze terug dacht aan dat moment voelde ze de woede van binnen weer oplaaien, hoe durfden ze? Als ze echte vrienden waren geweest hadden ze dat nooit gedaan. Ze had ze ook meteen gezegd dat ze hen niet meer wilde zien, ze was huilend weggelopen. Ze hadden daarna maar één keer geprobeerd om met haar te praten, toen ze dat niet wilde hadden ze haar compleet links laten liggen. Nu hadden ze het te druk met elkaar. Ze zag ze soms nog lopen als ze op weg hier naartoe was, dan keek ze altijd demonstratief de andere kant op. Dat hoefde ze niet te zien, hén hoefde ze niet meer te zien. Ze had ze niet meer nodig.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten